Conan the barbarian, Rogues in the house.

roguesinthehouse
“Rogues in the house” is een verhaal van Robert E Howard uit 1934. De hoofdpersoon van het verhaal is Conan de barbaar.
In 1971 maakte Marvel Comics een stripversie van dit verhaal, getekend door Barry Windsor Smith.
Het is een vrij complex verhaal, met veel personages die elkaar allemaal verraden en/of vermoorden. Een corrupte koopman en een corrupte priester zijn verwikkeld in een vete die uit de hand dreigt te lopen. De koopman huurt Conan in, die op dat moment in de gevangenis zit vanwege de moord op weer een andere priester. De koopman wil dat Conan de priester voor hem vermoordt.
Na wat misverstanden en nog wat andere, niet verwante wraakacties, breken de koopman en Conan in in het huis van de priester. Daar worden ze geconfronteerd met een aapachtig monster, een gorilla in een priestergewaad met de naam Thak. Thak is er op uit om iedereen te doden, en is sterk en slim genoeg om dat ook te doen. In eerste instantie denken Conan en de koopman dat Thak de priester is die zich met een magische spreuk veranderd heeft in een monster, maar dat blijkt niet zo te zijn. Thak wil de priester namelijk ook doden.
Dat loopt natuurlijk uit op knokken, en uiteindelijk gaat bijna iedereen dood. Eigenlijk iedereen behalve Conan.
Het interessante aan het verhaal is dat alle personages, inclusief Conan, door en door slecht zijn.
Op een bepaald moment zegt de corrupte koopman tegen zijn vijand, de corrupte priester: “Van ons drie├źn is Conan het minst slecht: hij komt er tenminste eerlijk voor uit dat hij een moordenaar en een dief is.” De priester beaamt dat.
Als je een verhaal wil lezen met een rechtvaardige held die opkomt voor zwakken en verdrukten, dan moet je geen Conan lezen. In de latere verhalen van Howard lijkt Conan nog wel een beetje eergevoel te hebben, en soms zelfs compassie, maar in de vroege verhalen merk je daar niets van. Conan vecht voor zichzelf, voor rijkdom, voor vrouwen, voor seks, voor zijn vrijheid, en soms voor de lol. Andere motieven heeft hij niet.
Ik las de strip toen ik 12 of 13 was. Het originele verhaal van Howard las ik twee jaar later. Beide versies maakten destijds diepe indruk op me, hoewel ik de details van het verhaal al snel vergat. Het aapachtige monster in het huis van de priester vond ik echt cool.
In het eerste deel van Litanqua komt ook een aapachtige monster in het huis van een priester voor. Dat is natuurlijk een verwijzing naar Thak, het monster uit “Rogues in the House”. Toen ik het schreef was ik me er steeds bewust van dat mijn monster leek op Thak, en daarop gebaseerd was. Ik was me er echter niet van bewust dat een heleboel andere elementen uit Litanqua ook overeenkomen met dat verhaal.
Vanacht kon ik niet slapen, dus ik las “Rogues in the House” nog een keer. Het staat online, copyright is verlopen, dus het is deel van the Public Domain. Je kunt het dus gratis lezen.
Ik had het verhaal al jaren lang niet gelezen, was het meeste ervan vergeten, en het was dus net alsof ik het voor de eerste keer las.
En wat blijkt: de eerste 70 pagina’s van Litanqua komen wel heel erg overeen met “Rogues in the House”. Niet alleen het monster, maar een heleboel andere scenes ook. Daar was ik me echt niet bewust van toen ik het schreef.
Ik heb dus veel meer gejat dan ik dacht.
De personages zijn anders, de beschrijvingen zijn anders, maar veel van de gebeurtenissen en de onderliggende thema’s komen wel erg overeen.
Gelukkkig is het copyright op House al lang verlopen, dus juridisch gezien kan niemand me iets maken, maar het is wel genant.