Muf en Duf

mufenduf

1. Muf en Duf doen een boodschap.

Muf en Duf zijn in de supermarkt. Ze moeten brood kopen voor Muf’s moeder.
Er zijn heel veel soorten brood, en ze weten niet goed wat ze moeten hebben.
Muf’s moeder heeft het wel gezegd, maar ze hebben niet goed opgelet. En nu weten ze het niet meer.
Dat is wel een probleem.
“Wat voor brood hebben jullie meestal?” vraag Duf.
“Meestal bruin,” zegt Muf, “maar ik vind wit lekkerder.”
Dat vindt Duf eigenlijk ook. Maar ja, als het bruin moet zijn kunnen ze beter bruin kopen.
“We kunnen het vragen,” zegt Duf.
“Dat is een goed idee,” vindt Muf.
Ze vinden een man die in de supermarkt werkt. Hij is bezig met de mayonaise en de ketchup bij te vullen.
“Pardon meneer,” vraagt Duf. “Weet u misschien wat voor brood wij moeten hebben?”
De man kijkt Muf en Duf verbaasd aan.
Muf zegt: “Het is eigenlijk wel een rare vraag.”
“Ja,” zegt Duf, “het is een rare vraag. Sorry meneer. We bedoelden het niet zo.”
De man zegt dat hij het niet erg vindt.
Maar wat moeten Muf en Duf nu doen?
Ze besluiten een bruin brood te nemen. Maar er zijn zoveel bruine broden. Welke moeten ze nu hebben?
Muf pakt er één.
“Is dat een brood zoals jullie meestal hebben?” vraagt Duf.
Muf weet het niet. Misschien. Misschien ook niet.

Muf en Duf komen thuis bij Muf’s moeder. Ze geven haar het brood. En het geld dat ze over hebben.
Ze hopen maar dat het niet een verkeerd brood is.
Maar Muf’s moeder zegt er niets van. Ze bedankt Muf en Duf voor de boodschap.
Misschien heeft ze niet in de gaten dat het een verkeerd brood is. Of misschien is het toch wel een goed brood. Muf en Duf weten het niet.
Ze gaan snel naar Muf’s kamer.
Dat was nog goed afgelopen! Stel voor dat het verkeerd was geweest! En dat het hun schuld was omdat ze niet goed op hadden gelet. Gelukkig maar dat Muf’s moeder niets heeft gezegd.

2. Muf en Duf wachten of de bus.

Muf en Duf staan op de bus te wachten. Het duurt nog wel tien minuten voor de bus komt, dus ze hebben nog wel even.
Muf gaat op de straat staan.
“Wat doe je nu?” roept Duf.
“Dat zie je toch? Ik sta op de straat.”
“Dat mag niet,” zegt Duf. “Je moet op de stoep wachten. Op de straat is het gevaarlijk.”
“Dat weet ik wel,” zegt Muf, “maar daarom is het nou juist spannend. Vind je het niet stoer van mij? Het is gevaarlijk om op de straat te staan, maar ik doe het toch. Omdat ik zo dapper ben.”
Dat vindt Duf inderdaad wel heel dapper. Zou hij het zelf ook durven? Ja hoor, hij doet het gewoon.
Muf en Duf staan samen op de straat. Heel erg stoer van ze.
“Maar wat als er nu een auto komt?” vraagt Duf.
“Er komt toch geen auto?” zegt Muf.
Dat is wel waar. Het is heel rustig op straat; er is geen auto te zien.
Maar er zou wel een auto kunnen komen. Dat kan altijd.
“Wat als er een auto komt terwijl we even niet goed opletten?” vraagt Duf.
Daar had Muf nog niet over na gedacht. Dat zou wel heel gevaarlijk zijn!
Muf gaat maar weer snel op de stoep staan. En Duf ook.

Gelukkig is het goed afgelopen. Stel je voor, het had wel heel erg gevaarlijk kunnen worden!
Daar komt de bus al aan.

3. Muf en Duf vragen zich iets af.

Muf en Duf zitten op Duf’s kamer videogames te spelen.
Muf zegt: “Vraag jij je wel eens af of wij hier wel thuis horen?”
“Hoe bedoel je dat?” vraagt Duf.
“Nou,” zegt Muf. “Stel je voor. Wij wonen hier wel aan de Eikenweg en Biddeldam, maar misschien horen we eigenlijk heel ergens anders thuis. Misschien zijn we wel helemaal geen gewone jongens. Misschien zijn we eigenlijk heel bijzonder, en misschien zouden we ergens anders moeten wonen.”
“Ja, in Amerika!” zegt Duf. “Misschien zijn we eigenlijk gangsterrappers maar zijn onze ouders ons kwijt geraakt en zijn we toen in Nederland terecht gekomen.”
“Ja, dat denk ik ook,” zegt Muf.
Maar ja, als ze eigenlijk in Amerika wonen, hoe komt het dan dat ze zo slecht zijn in Engels?
“Misschien wonen we eigenlijk in Italië,” zegt Duf.
“In Italiaans ben ik nog slechter dan in Engels,” zegt Muf. “Ik ken alleen maar Si en Non. Dat betekent ja en nee”
“Volgens mij is dat geen Italiaans,” vindt Duf, “dat is Frans.”
“Nou, dan woon ik in ieder geval niet in Italië, en ook niet in Frankrijk,” zegt Muf.
Ze denken nog eens goed na.
Het is best ingewikkeld.
“Wat ik eigenlijk bedoelde,” zegt Muf, “is dat we eigenlijk van een andere planeet komen. Of uit een andere dimensie.”
“Maar we spreken toch ook geen andere planeet talen? Of andere dimensie talen?”
“Nee,” zegt Muf, “maar dat komt omdat we al zo lang op aarde leven dat we die taal vergeten zijn. Of misschien hebben we het nooit geleerd omdat we nog heel jong waren toen we op aarde kwamen.”
“Dat denk ik ook!” roep Duf. “Ik denk dat het precies zo gegaan is als jij zegt.”
Muf zegt: “Maar we mogen het nooit aan iemand vertellen. Het moet ons geheim blijven!”
“Ja, en we moeten uit zoeken hoe het precies gegaan is!”
“En waarom we hier nu zijn!”
“En hoe we weer terug moeten!”
Muf en Duf schudden elkaar de hand. Ze hebben nu een bijzondere missie. En niemand weet er van. Alleen zij.
Vanaf nu zal het leven heel erg spannend worden.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *


5 − = 3

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>