Bij ons in Berrege
avatar

Ik ben opgegroeid in Bergen op Zoom, of, zoals wij Bergenaren zeiden: “in Berrege.”
Bergen op Zoom was de officiele naam, maar Bergenaren onderling noemden het nooit zo. Als het carnaval was dan spraken we ook wel over “het Krabbengat,” en een Bergenaar werd dan een Krab genoemd.

Maar meestal noemde we het gewoon Berrege.

Carnaval noemden we “vastenavend” en dat duurde bij ons niet drie dagen, maar drie weken, de voorbereidingen niet meegerekend.
Met vastenavend was er een grote rivaliteit tussen Berrege en de rest van de wereld, ofwel het buitenland. Het buitenland was grofweg alles buiten Berrege.
Wij waren ervan overtuigd dat alleen echte Krabben vastenavend konden vieren, en dat ze er in het buitenland niets van begrepen. In andere Brabantse steden geloofden de inwoners trouwens het zelfde, alleen voor hen was Bergen op Zoom ook buitenland, en was hun stad of dorp de enige plek waar ze het echt begrepen.

IK ben al jaren weg uit Berrege, heb ook al in geen eeuwen meer carnaval of vastenavond gevierd, dus die hele rivaliteit zou ver achter me zouden moeten liggen. Maar gisteren sprak ik op Facebook iemand die uit Roosendaal kwam.
Ze zei tegen mij: “Ik zijn Tullepetaon! Dus meej d’n Carnaval ken ik oe nie eej!”
Ik reageerde fel: “Ik oe ok nie. Agge da mar wit!”
En zo kwam de oude rivaliteit weer snel terug. Kennelijk zit het diep. Gelukkig konden we er allebei wel om lachen.

Voor een gewone Bergenaar was het altijd belangrijk om steeds te bewijzen dat hij os zij een echte Krab was. Dat betekende dus altijd op zijn Berregs verkleed, alleen Berregse liedjes zingen, natuurlijk alle teksten van alle Berregse liedjes uit het hoofd kennen, en alleen maar Berregse uitspraken doen.
Ik heb eens meegemaakt dat in een café opeens een buitenlands liedjes werd gedraaid. Een liedje van André van Duin of de Havenzangers of zo. In ieder geval geen Berregs liedje. Iedereen stopte meteen met dansen, maar sommige mensen hadden het niet door en deden nog een paar danspasjes. Dat was heel pijnlijk. Want die mensen waren dus geen echte Krabben. Verder zei er niemand iets van, maar de blikken zeiden genoeg.

Sommige Bergenaren stonden zo wijd en zijd bekend als echte Krabben dat ze niets meer hoefden te bewijzen. Hun Krab-zijn was boven elke twijfel verheven.
Zo was er Willem waarvan iedereen wist dat hij door en door Berregs was, en niets kon daar wat aan af doen. Willem had voor de grap eens een Limburgs kostuum aan getrokken, en kwam een café binnen terwijl hij “Alaaf” riep.
Een echte Bergenaar zegt nooit Alaaf. En als een mindere krab eens per ongeluk Alaaf had gezegd, dan was hij meteen uit de gemeenschap verbannen. Alaaf roepen kan echt niet.
Maar toen Willem het deed vond iedereen het een heel goede grap. Er werd nog jaren lang over gesproken. “Witte nog dat Willem Alaaf riep?” “Vaneiges, da vergit ik nooit nie!”
En Willem’s status als echte doorgewinterde Krab? Die stond voortaan als een paal boven water. Niemand zou ooit nog aan Willem twijfelen. Willem was een echte!

Dat is een interessant verschijnsel dat niet alleen optreedt met carnaval. Je hebt overal incrowds, en overal heb je mensen die nog moeten bewijzen dat ze bij de incrowd horen en mensen die boven alle twijfel verheven zijn. De mensen die zich nog moeten bewijzen mogen geen misstap maken, want dan liggen ze er uit. Maar als de mensen die boven twijfel verheven zijn iets onverwachts doet, dan bevestigt dat alleen hun status.
Als een beginnende goth eens een vrolijk gekleurd polo shirt zou dragen, dan zou hij er meteen uit liggen. Maar als een algemeen erkende goth dat zou doen, dan is dat een statement dat de status van de persoon in kwestie alleen maar bevestigt.
Als een beginnende metalhead eens zou dansen op een popliedje dan zou dat een doodzonde zijn. Als een algemeen erkende metalhead het doet is het een statement.
Als een gewone kantoormedewerker eens in korte broek en slippers op zijn werk komt, dan heeft hij een probleem. Als de directeur opeens in korte broek en slippers verschijnt, dan maakt hij indruk. Dan weet iedereen dat er iets aan de hand is dat zo belangrijk is dat de directeur op zijn vrije dag naar kantoor komt!


Leave a Reply